Soms lijkt het of ik de enige ben die er zo over denkt. De meeste mensen vinden irritatie en boosheid maar lastig. Dat geldt vooral als mensen er teveel van hebben of als ze niet weten wat ze ermee moeten. Explosies of je boosheid oppotten zijn geen effectieve strategieën om om te gaan met boosheid. Maar wat wel? Lees even door, dan vind je het antwoord. Maar eerst iets over het ontstaan van boosheid.

Als je eerdere Blogs van mij gelezen hebt, weet je misschien dat boosheid één van je gevoelssystemen is. Je gevoelssystemen zijn de neurale systemen die vanuit je lichaam naar je hersenen lopen en die doorgeven hoe het met je gaat. Er zijn er 5 (Bang, Boos, Bedroefd, Blij, Liefde en een overloopsysteem dat ik je Body noem). Alle gevoelssystemen hebben een functie.

Functie van Boos zijn

De functie van het Boos gevoelssysteem is het aangeven van je grenzen. Als je geïrriteerd, gefrustreerd of chagrijnig bent, gaat iemand over je grens heen óf je gaat over je eigen grens heen.

Daarom vind ik irritatie ook zo gezond: je kunt niet zonder een systeem dat je helpt om je grenzen te voelen. Je Boos systeem wordt al jong vormgegeven: baby’s kunnen al een boos huiltje hebben. Bijvoorbeeld als ze honger hebben of een vieze luier. Als kinderen opgroeien is het nog beter te zien: de woedeaanval van een dreumes of de driftige peuter die iets niet wil en ondertussen heel hard NEE zegt. Ze zijn op zoek naar hun eigen grenzen. De emotionele bedrading wordt als het ware aangelegd en ingericht. Er komt een connectie in de hersenen tussen iets wat gebeurt en het gevoel dat ze het niet willen. Een voorbeeld: een peuter moet zijn jas aan, maar is net lekker aan het spelen. Hij of zij zal zich uit alle macht verzetten om dat te doen waar hij geen zin in heeft.

Aanleg emotionele bedrading

Hoe wordt de emotionele bedrading nu aangelegd en ingericht? Stel je voor dat de emotionele bedrading al is aangelegd (de hardware) maar nog niet goed is ingeregeld. Er is nog geen goede software geïnstalleerd. De software ontwikkeld zich door wat er gebeurt te koppelen aan hoe het voelt. De software moet patronen ontwikkelen. Een voorbeeld: het kind mag iets niet, dat voelt vervelend en het wordt boos. Een ongeleid signaal. Dan is het belangrijk dat iemand (de ouder/een volwassene) uitlegt dat het klopt dat hij boos is, want hij wilde iets en dat mag niet. Dat is een logisch gevoel. Zodra een gevoel logisch is, heeft de software een patroon ontdekt en slaat dit op.

Maar dat is maar de helft van het verhaal, want het kind moet ook leren wat hij nu moet met de boosheid. En daar gaat het nog vaak mis, want het soort gevoel kan wel kloppen, maar de hoeveelheid gevoel klopt nog niet altijd. Zo kan een kind heel boos worden als het geen snoepje mag bijvoorbeeld. Dat voelt alsof de wereld vergaat. En het is misschien wel vervelend als je geen snoepje mag, maar je gaat er niet dood aan. Dus: wat moet je nu met die hoeveelheid boosheid?

Daar heeft een kind zijn ouders weer bij nodig: die moeten het kind leren hoe hij of zij weer rustig kan worden. Hierbij is het heel belangrijk dat je dat zelf ook kunt: je moet als ouder rustig kunnen blijven om je kind te kunnen kalmeren. Als je dat zelf nooit geleerd hebt, zul je dat moeten leren. Daarover later meer. Je kunt je kind leren dat er verschillende dingen zijn die je kunt doen als je boos bent: je kunt heel hard op een kussen stompen, je kunt een rondje rennen, je kunt heel hard stampen of je kunt even heel iets anders gaan doen zoals bijvoorbeeld muziek luisteren.

Samen boos worden

Wat bij kinderen ook goed kan helpen is samen boos worden. Door te zeggen ik ben net zo boos als jij en het is ook heel stom dat je dat niet mag, spiegel je het gedrag van het kind. Het effect hiervan op het kind is dat het direct ziet wat hij doet en dat maakt het makkelijker voor zijn of haar software om te begrijpen wat er gebeurt. Zijn hersenen voelen in zijn of haar eigen lijf wat er gebeurt én ze zien aan jou wat er gebeurt. Dat gaat dubbel zo snel! Wel zorgen dat je op hetzelfde boos bent: boos zijn op je kind heeft geen zin.

Je kind heeft ondertiteling nodig: het moet gaan leren hoe gevoel werkt. Het is niet de bedoeling dat je het systeem afsluit: nooit boos mogen zijn is niet goed. Dan ontwikkel je het systeem niet, dan sluit je het af.

Als jij in je jeugd nooit boos mocht zijn en geleerd hebt je boosheid in te slikken, zul je ongetwijfeld moeite hebben om je grenzen te voelen en goed voor jezelf op te komen. Je moet soms boos zijn en je boos uiten om je grenzen te behouden. Als je je boosheid steeds inslikt pas je je aan. En als je je teveel aanpast, raak je jezelf kwijt.

Aan de andere kant: als je in je jeugd niet geleerd hebt om je boosheid te reguleren en je moeite hebt om je boosheid in de hand te houden kom je ook in de problemen. Je kunt mensen kwijt raken, want anderen worden bang van te boze mensen. Mensen trekken zich terug of zijn op hun hoede. Het is lastig een goede relatie met iemand te hebben als je je boosheid niet onder controle kunt houden. Daarnaast kun je ook in contact komen met justitie: als je in je boosheid dingen of mensen beschadigd overtreed je de wet.  

Irritatie is gezond, maar grof geweld niet!

In beide gevallen: niet boos kunnen worden of jezelf niet in de hand houden geldt dat je blijkbaar niet in je jeugd (van je ouders) geleerd hebt dat het ok is om boos te zijn en hoe je met dat gevoel om moet gaan.

Als je niet goed weet hoe je om moet gaan met je boosheid en je te weinig of te veel boosheid voelt, is er altijd ook een onderliggende angst. Nu hoor ik alle stoere mensen die snel boos worden al denken ‘Niet bij mij hoor, ik ben nergens bang voor!’.  Maar met angst bedoel ik een gevoel dat de drijvende kracht is onder jouw manier van omgaan met boosheid.

Als niemand jou geleerd heeft dat boosheid belangrijk is hebben ze je impliciet ook de boodschap meegegeven dat jij niet belangrijk bent. Ga maar na: als je als klein kind heel boos was en je ouders stuurden je weg, gaven je een klap om je kop te houden, of gaven je een zeer afkeurende blik dan gaven ze je de boodschap dat wat jij voelt niet goed is. Dat geeft een naar gevoel van afwijzing. Dan kun je twee dingen doen: je aanpassen (je boosheid inslikken) of nog duidelijker maken (nog bozer worden). In beide gevallen krijg je het gevoel dat je er alleen voor staat. En het gevoel er alleen voor te staan op die leeftijd is onverdraaglijk (en later vaak ook nog!). De angst om er alleen voor te staan, of de angst dat anderen niet van je houden of de angst dat je het niet goed doet of niet goed bent is de drijvende kracht de angst achter je -gebrek aan- boosheid.

Je kunt als je ouder wordt verschillende strategieën ontwikkelen om die angst niet meer te voelen. Je kunt jezelf aanleren dat je niemand nodig hebt, of dat anderen niet te vertrouwen zijn. Of je kunt er vanuit gaan dat mensen je alleen leuk vinden -en bij je blijven- als je lief en gezellig bent en je aanpassen aan de ander.

Herken je de patronen?

Nu terug naar een goed werkend Boos systeem: als je je boosheid op de goede manier wilt gebruiken moet je reageren op het moment dat je irritatie, frustratie of chagrijn voelt. Vraag jezelf af waar het mee te maken heeft en vraag jezelf af wat je zou willen. Steek vervolgens je energie in de beste strategie om te realiseren wat je wilt. Probeer deze zo rustig mogelijk uit te voeren.

Merk je dat je boosheid te groot wordt? Dan heb je een manier nodig om rustig te worden. Dat kun je doen door op je lichaam te letten en te kijken hoe je emotionele bedrading werkt. Boosheid voelen mensen vaak in hun kaken, schouders, handen (vuisten) of soms als spanning in je hele lichaam. Alsof je een strak gespannen veer bent. En dat klopt ook, want je Boos systeem werkt op adrenaline. Het maakt je ‘gevechtsklaar’. In de steentijd was het vast heel effectief om zo strak van de adrenaline te staan, maar in onze westerse maatschappij wordt dat niet meer zo op prijs gesteld.  Vaak is het zo dat als je veel boosheid voelt, zelfs als de aanleiding heel klein is, dan is er ook sprake van een hoop opgebouwde oude boosheid. Nu is je lichaam zo gemaakt dat het precies weet wat het met de opgebouwde boosheid moet. Alleen: de software is nooit goed opgestart.

Je kunt oude boosheid oplossen door het alsnog serieus te nemen. Neem er even de tijd voor als je boos bent. Voel eens waar het zit in je lichaam, observeer eens hoe het werkt. Voelt het alsof er heel veel spanning op je spieren staat? Of raast er iets door je aderen? Klemmen je kaken zich op elkaar? Als je je op die plek concentreert, je aandacht daarop focust, zul je merken dat je boosheid minder wordt.

Je zult merken dat als je je boosheid serieus neemt (zoals je ouders dat vroeger deden/hadden moeten doen), je lichaam weet wat het moet doen. Je boosheid zal minder worden en je zult je rustiger voelen.

Rustig genoeg om te bedenken wat je wilt en hoe je dat het beste aan kunt pakken.

Boosheid is een systeem dat je kunt reguleren. Zie je irritatie, frustratie en chagrijn als een signaal dat jij of iemand anders over je grens gaat. Er gebeurt iets wat niet goed voor je is. Zoek uit wat dat is en zoek een manier die wel goed voor je is!

Waardeer je gevoel. Het maakt dat je jezelf kunt zijn!